Het DOP project dag 2 en 3

Tja dat heb je dan als je op maandag de hele dag naar Amsterdam naar InHolland gaat. Arjan heeft gekookt. Maar wel absoluut DOP.

Het menu was gisteren gehaktballen, gekookte aardappels en snijbonen uit de vriezer (herkomst moestuin). Niks gekocht, Niks bewerkt, Het gehakt uit de vriezer. Gekocht in Winneweer met een biologisch eitje van eigen kippen en broodkruim van restjes brood. Ik zeg duurzaam.

Vandaag DOP project dag 3 wilde ik uitgebreid koken. Tortellini met spinazie ricotta en salieboter. Helaas lukt dat niet. Mijn schoonouders hebben de sleutel gekregen van hun nieuwe huis. Het is een uur rijden van hier. Geen tijd over dus.  Koelkast en vriezer open: Salade met vissticks en een broodje. Snel makkelijk en simpel. Niks gekocht, niks bewerkt en ook duurzaam naar mijn idee. Al had ik liever tortellini gegeten…Morgen maar. Dan ook weer een recept met foto’s

Project DOP. Geitenwollensok worden in een jaar.

Het borrelt al een tijdje. Slim zou zijn om een uitdaging of een voornemen op 1 januari te beginnen, maar wat maakt het uit 10 februari is eigenlijk ook een hele mooie dag. Misschien wel beter eigenlijk. Ik zeg altijd dat voor mij het nieuwe jaar begint als de sneeuwklokjes gaan bloeien en de eerste zaden de grond weer in mogen om een startschot te geven voor het nieuwe moestuin seizoen.

Tja en dan de inhoud van dit project. 365 dagen DOP. Duurzaam, Onbewerkt en Portemonnee vriendelijk. Kortom hoe wordt ik een geitenwollensok in 365 dagen. Nu heb ik al wel wat jaartjes geroken aan het geitenwollensokken bestaan, maar het mooie is dat manlief mee doet en de middelste twee kinderen dit ook toejuichen. (De rest heeft gewoon geen keus.)

Duurzaam in de zin van zo weinig mogelijk kilometers, waar mogelijk uit eigen tuin of regio, seizoensgebonden en vooral zonder verpakkingen. Onbewerkt betekent zonder onnodige toevoegingen, waar mogelijk zelf gemaakt en last but not least..Portemonnee vriendelijk. Dat is wel een heel bewust dingetje. Want wij als lekkerbekken zijn goed in staat om er met ons grote gezin een groot budget door te jassen. Niet als bewuste verspillers, integendeel. Maar het vergt gewoon een goede planning en goed nadenken

Op dag 1 starten we niet met allerlei mooie fancy goed ingekocht spul. Maar we beginnen bij het opmaken van alles wat er nog is. In de hoop dat we leren betere keuzes te maken de komende 365 dagen. Dus alle kasten doorgeploegd en we komen tot de conclusie dat we de maand februari haast nog redden met spul wat er in huis is. Pakjes gebruikte ik eigenlijk nooit, dus die heb ik zowiezo niet in huis. Wat er wel in huis is ga ik duurzaam verloten op het verloodhoekje op facebook. Niet zo goed voor de portemonnee, maar je moet ergens beginnen.

Uit de vriezer een pond rundvlees gehaald. Hier ga ik een stoofpotje van maken. De groente lade puilt nog uit met restjes. Maar we gooien niets meer weg.

 

Kook je koelkast leeg stoofpot

Ingredienten:

  • 600 gram rundvlees
  • 1 eetlepel bloem
  • Olijfolie
  • 3 uien in stukken gesneden
  • 1 kilo groenten in stukken gesneden groente; maakt niet uit wat. (bloemkool, paprika, wortel, champignons, bonen, courgette, pastinaak, wat je ook maar in huis hebt.)
  • 2 tenen knoflook
  • Eetlepel ras el hanout
  • Zout/peper
  • Koffie lepel komijn
  • 2 bouillon blokjes (rund)
  • Blik tomatenblokjes en twee blikjes water of 5 vleestomaten in blokjes en water

Bereiding:

Snijdt het vlees in grove brokken. Dep goed droog en bestrooi met zout en peper. Bestrooi eveneens met de lepel bloem. Verhit olijfolie in een braadpan en braad het bebloemde vlees aan, als het vlees is dichtgeschroeid voeg de gesneden uien toe en de knoflook. Blijf roeren zodat het niet aanbakt. Voeg dan de gesneden groenten toe en bak alles even een paar minuutjes. Blus alles af met de tomatenblokjes. Voeg de kruiden toe. Voeg dan water en de bouillonblokjes toe. Roer goed. Doe de deksel op de pan en zet de pan 3.5 uur in een voorverwarmde oven op 175 graden.

Nu heb je alle tijd om lekker te luieren en te bedenken wat je bij de stoofpot wilt serveren. In mijn geval was dat couscous. Ik heb de couscous aangemaakt met wat yoghurt, knoflook, zout en peper en ik heb er een stukje komkommer, tomaat en wat peterselie door gesnipperd.

Terwijl de stoofpot in de oven staat hebben Arjan en ik Laurens weer terug gebracht naar zijn nieuwe huis in Nieuw Woelwijck. Toen we daar kwamen zaten net alle bewoners klaar om Sesamstraat te gaan kijken. We komen er elke keer een stukje gelukkiger weer weg. We zijn zo blij dat Laurens de stap heeft gemaakt naar Nieuw Woelwijck. Op de terugweg bespreken we nog even onze DOP plannen. Geen dure aankopen meer, geen snelle ritjes naar de supermarkt. Eten wat het huis en de tuin schaft. Maar dat is voor mij gemakkelijker dan voor Arjan. Hij kookt met alle liefde, maar heeft creatieve talenten op een ander vlak. Niet op het gebied van koken. Morgen mag ik overdag naar Amsterdam voor de opleiding Praktijkverpleegkundige. Ik ben dan de hele dag onder de pannen. Kortom het is handig om nu alvast te bepalen wat er gegeten wordt morgen. Ik duik nog maar even de vriezer in.

Helden

En aldoor gebeurt het me weer. Door drukte van allerlei aard ben ik ineens niet meer bezig met mijn grootste hobby. Tenminste, haal gerust adem, de dieren worden gewoon netjes verzorgd hoor. Maar schrijven, uren bij ze zitten, dat komt er gewoon even niet van.

Als ik een, laat ik het aardig zeggen, wat minder gezellige echtgenote wordt zou Arjan er goed aan doen om me maar de moestuin te sturen. En gek genoeg is dat de plek waar ik het minste kom als ik niet goed in mijn vel zit. Kortom ik zou na 45 jaar echt beter moeten weten. Behoorlijk hardleers. Net een geit. Want door alle drukte ben ik me nauwelijks bewust geweest van mijn alweer bijna ontploffende dames. Dikke bolle buiken. De ene wat dikker dan de andere. De winter heeft ondanks langdurige droogte zijn intreden gedaan. En dan natuurlijk lekker op zijn Nederlands. Nat en vies.

Met de winter is ook het jachtseizoen in volle gang. Jager Kees heeft me al een paar keer gevraagd of ik nog wat nodig heb. Maar ja…deze parttime thuisboerin heeft het overal druk mee behalve met boerinnedingen dus mijn antwoord was meermaals: ‘Nee sorry, geen tijd!’  Ik neem me nu dus ook weer voor als goede voornemen in 2019 om daar wel tijd voor te maken. Dat is goed voor mij. En zoals mijn kinderen altijd zeggen: “If Mommy isn’t happy, nobody is happy”.

Afgelopen oktober ben ik met manlief vijf dagen kindloos naar Italie geweest. We wilden naar Umbrie. Grote plannen met urenlange, dagenlange wandeltochten door heel Umbrie werden heel snel ingeruild door omlummelen op een paar vierkante kilometer want we werden volledig verrast door de rust en de schoonheid van de omgeving.

In de zomervakantie hadden we stiekem naar aanleiding van de vele huizen in Italië voor een euro rond gekeken naar een leuk huisje. Voor mij zo’n langgekoesterde droom en voor Arjan die makelaar is in hart en nieren is het kijken naar huizen in een ander land ook geweldig.

In de zomer bezochten we een allerliefst dorpje genaamd Montieri. Echt letterlijk in the middle of knowwere. Maar absoluut betoverend. Meerdere huizen in een prachtig historisch centrum te verkrijgen voor maar 1 euro, als je het tenminste opknapt en onderhoud. Maar alles was daar zo ontzettend stijl dat ik me er zelf nog niet zag verblijven.

Toen we in de herfst in Italie gingen wandelen gingen we toch ook maar weer even naar huisjes kijken. Door een advertentie op marktplaats kwamen we vlakbij Gubbio uit. We hebben de Fiat 500 die we gehuurd hadden voor een appel en een ei op Pisa airport zeer goed gebruikt want de wegen waar wij op reden waren enkel zand en steenslag. Maar absoluut betoverend mooi.

Tijdens het bekijken van de woning van marktplaats, die overigens in verre staat van ontbinding bleek, werd er voor de deur een door twee stoere italiaanse kerels een rood bordje met de tekst: “ Buttata al Cinghiale” aan het hek gehangen. Ik en google translate zijn dikke vrienden dus hup snel ingetoetst. “Naar het zwijn geworpen” ??? Cinghiale konden we nog wel begrijpen. Die hadden we al voor onze wielen gehad op 1 van de zandpaden.

Uiteindelijk kwamen we grote groepen stoere mannen in 4×4 fiat panda’s tegen aan de ene kant van het bos. Met aan de andere kant van het bos een andere groep. Aan de geluiden te horen joeg de ene groep jagers de zwijnen naar de andere groep waar ze overmeesterd werden. Wilde zwijnen..een ware plaag in bosrijk Italie. Waar in de lente 10 zwijnen zijn, zijn in de herfst 50. En zo brutaal als vossen. Honden, kippen, niks is veilig. Net als de mooi aangelegde moestuinen die gewoon bij elk huis aanwezig is in de kleine dorpen van Umbrie.

Bij elk restaurant wordt dan ook cinghiale geserveerd. Ontzettend smaakvol. En de jagers. Die worden in Italie op handen gedragen. Helden zijn het. Echte helden. Heel anders dan in ons kikkerlandje. Onze jagers worden gewoon uitgescholden. Er wordt door veel op neer gekeken. En dan wordt het geschoten wild ook nog eens minimaal gegeten. Terwijl een gerookte ganzenborst echt waanzinnig lekker is. Kortom goed tweede voornemen voor dit jaar. Ja zeggen tegen Kees. Ik heb hem gelijk geappt en ja hoor. Hij heeft twee nijlganzen voor me.

De bokken zijn het bokje.

Ik sta bij school om mijn jongste zoon op te halen. Naast mij staat een bevriende moeder. Ze heeft een zak met brood. “Brood mee naar school” grap ik? Ze lacht. Het is voor mijn geiten.

Ik vertel haar dat het er niet meer zoveel zijn sinds vandaag.

Twee zijn naar de zorgboerderij gegaan gisteren. De andere vijf wil jij niet weten, zeg ik. Ze knikt bevestigend. Dat wil ze inderdaad niet weten.

Eerder deze ochtend,  om half zeven om precies te zijn, staan Arjan en ik naast ons bed. Ik heb gisteravond late dienst gehad en had best nog even langer willen liggen. Arjan die altijd op mij wacht, denkt er net zo over. Maar we gaan weer op missie.

 

Arjan en Jeroen hebben de twee laatste bokken gisteravond voorzien van oormerk. Ze zijn mijn helden. Dat is toch met stip het meest rottige klusje van het geitenhouden. Ik heb nadat ik gisteravond thuis kwam de benodigde papieren nog ingevuld. Vervoersbewijs, voedselketeninformatieformulier. We zijn er klaar voor. Of beter gezegd: De bokjes zijn er klaar voor.

 

Met de trailer rijden we naar de wei en Jeroen helpt mee. De drie maand oude bokjes hebben hun moeder letterlijk leeggedronken. Sinds een week staan de heren apart en de moeders halen opgelucht adem en spelen zelfs weer overdag.

 

Ik wil helpen tillen maar moet bekennen dat de bokken me bij kans gewoon te zwaar zijn. Een kilootje of 25 spartelend vlees. Geen zin om opgetild te worden. We tillen ze alle vijf de trailer in en gaan op pad richting Kroon Vlees in Groningen.

Ik ben zowaar een beetje zenuwachtig. De dierenarts is er tot acht uur. We moeten er voordien zijn. Een dikke maand geleden hebben we al afgesproken dat dit de dag zou zijn. Toen was me al wel heel duidelijk geworden dat een bok in Nederland geen toekomst heeft.

Natuurlijk is er vast wel een boertje die even achter in zijn schuurtje de kelen door wil snijden zodat het in Nederland zo ondergewaardeerde vlees misschien toch nog een paar dubbeltjes oplevert.

De letters Kroon op de gevel geven hetzelfde gevoel als de tandarts. Nu heb ik een vrij forse aanwezige angst voor de tandarts, dus wellicht herken je het buikgevoel.

 

Ik meld me bij de vriendelijke dierenarts. Ze neemt de papieren in ontvangst. Door de bekende looppaden scharrelen op hun dooie gemakje een handjevol scharrelvarkens. En achterin staan wat koeien. Geen geloei, geen gestress. Er heerst rust.

 

De dierenarts roept naar Johan en Johan komt met zijn bebloede handen en schort naar mij toe vanuit een ruimte met zojuist geslachte varkens. Ik zie ze hangen. De vloer is rood gekleurd. Johan geeft me maar geen hand, maar is uiterst vriendelijk.

 

Ze helpen mee en hij vangt letterlijk de bokjes op uit de trailer en neemt ze mee naar binnen. Wij mogen de trailer gaan ontsmetten. De regelgeving is tegenwoordig zo streng dat de kar waarmee je de dieren gebracht hebt volledig steriel weer van het terrein af moet rijden. Onze groen uitgeslagen paardentrailer is stiekem toch wit merken we. 1 verdwaald strohalmpje kan al een bekeuring betekenen van 1500 euro voor Kroon en 1500 euro voor ons. Kortom we poetsen voor wat we waard zijn. Als we klaar zijn met soppen en reinigen zijn we 30 minuten verder. Zelfs de autobanden zijn ontsmet. Johan komt weer naar ons toe. We mogen het terrein weer af.

 

Ik vraag belangstellend hoe het met de bokjes gaat. Misschien wel half een beetje naar de bekende weg. Het antwoord is opvallend rustgevend. Ze zijn er al niet meer. Morgen tussen 7 en 9 mag ik ze ophalen. Het vlees moet besterven. We hebben nog een kort gesprekje over welke onderdelen ik allemaal mee terug wil en dan gaan we weer onderweg. Met een schone lege trailer.

 

Alsof we van een crematie komen van een negentig jarige tante bespreken we onderweg in de auto nog even alle fratsen en rare dingen die de heren in de afgelopen drie maanden hebben uitgehaald en concluderen we dat het ons zeker wel bokt, maar dat het goed is zo. Het is prettig dat Kroon snapt waar het om draait. Snel, stres loos en netjes. Het lijkt me een afschuwelijke baan. Maar ik heb er zeker respect voor. Helemaal omdat een groot deel van Nederland het gewoon niet wil weten.

 

Morgen wordt een drukke dag. Met de mail, de post en het boek van Meneer Wateetons op zak ga ik aan de slag met vermoedelijk zo’n 50 kilo jong bokkenvlees.

Lees je mee?

Nieuwe Missie

De weken sjezen voorbij en tijd om te schrijven is er eigenlijk niet of nauwelijks. Soms overweeg ik om alleen in de winter blogs te gaan schrijven. Maar het leuke gebeurt toch vooral in de zomer.

Sinds drie weken melk ik mijn dames iedere ochtend. De liters melk vliegen me om de oren en ondanks dat deze melk in mijn koelkast verdwijnt als kaas, yoghurt en ijs groeien de lammeren sneller dan de kool.

En dat in Nederland de vraag naar bokken niet zo heel groot is werd me al snel duidelijk. Na twee maanden op marktplaats weet ik heel zeker dat hun toekomst als dekbok echt nihil is. Ik heb dan ook een afspraak gemaakt bij de slager. En wat gaan we dan doen met al dat vlees?

Je merkt dan valt het even een klein momentje stil. Want ik weet het even niet. Om de rest van het jaar antiliaanse cabritu te eten (stoofpot van geit) is geloof ik niet helemaal mijn ding. Al smaakt het echt lekker hoor. Maar er moet toch meer mee kunnen. Laatst op de markt zag ik een gedroogd geitenhammetje. Lijkt me wel wat om te proberen. Maar hoe houd je dat smeuig? De varkenshammen waren perfect. Maar die hebben ook een lekker vet laagje die het vocht binnen houdt.

Tijd om me goed in te verdiepen en rond te vragen aan de paar vakmannen die ons land rijk is. Eerst John. John is een gepensioneerde slager die uit passie voor het vak nu alle hobbyisten in de regio helpt met uitbenen van al hun scharrelvee. John weet super veel en heeft heel veel ervaring. Maar echt ervaring met bokken heeft hij niet en zijn antwoorden geven mij niet het vertrouwen dat ik zocht. Gisteren heb ik een vraag geplaatst op de facebookpagina van meneer Wateetons. Voor mij is hij het fenomeen van de worst. En het eerste wat ik op mijn telefoon zag toen ik vanmorgen veel te vroeg de wekker uitdrukte…Leuk! Mail me maar…. JIHAAAAA als hij het niet weet, weet ik het ook niet meer.
Gemiddels heb ik denk ik straks zo’n 10 kilo vlees per bok. Dus dat betekend zo’n 70 kilo vlees. Hier moeten we toch wat geweldigs van kunnen maken. Mooie gezonde heren die zich helemaal suf gelurkt hebben bij hun inmiddels magere moeders. Overdag ook nog eens de hele dag in de wei met voldoende diversiteit aan gras en kruiden. Daarbij nog wat biobiks.


Naast heerlijke kaas is dit toch wel een nieuwe missie voor me. Je leest het overal. Statements als: “Iedere vegetarier moet per jaar minimaal 1 bok opeten” , “De bokken zijn het bokje” enzovoort. Natuurlijk wordt er heel veel geitenkaas gegeten en hebben we van het klaar maken van geitenvlees gewoon nog helemaal geen kaas gegeten. Dus in het kader van uit het oog, uit het hart zetten we de heren op transport en wordt er ondanks de enorme stress bij de heren in Spanje prachtige tapas gemaakt. Maar dat ga ik natuurlijk niet doen. Mijn spaans is wat roestig, dus ik moet het doen met de kennis die hier in Nederland of in engelstalige landen verkrijgbaar is. Om te zorgen dat vegetariers een bok op gaan eten is geen missie maar een ilusie. Mijn missie is dus om te zorgen dat vleeseters langzaamaan bij beetje een goed stukje bokkenvlees leren waarderen.


Deze heren maken maar een korte trip van 7 kilometer en meer ook niet. Ik haal ze persoonlijk weer op. Ik beloof dan ook bij deze dat ik er alles aan zal doen dat er na de slacht net zoveel van ze genoten wordt als voor. En tjonge jonge dan heb ik nog een klus te gaan want ze hebben me toch een partij ondeugd uitgevroten. Geweldig.

Het regent lammetjes

Vanmorgen om zes uur opgestaan. Kleren aan, jas aan, laarzen aan en met de honden aan de riem naar de dieren. De geiten hebben stuk voor stuk staan bunkeren in het biks alsof ze in geen jaren genoeg te eten hadden gehad. Nadien met mijn man mee naar de stad. Even de tijd doden in een winkel, want Arjan moest nog een huis taxeren. Boerin als ik ben verkies ik de Welkoop dan boven het winkelcentrum, Nadien hadden Arjan en ik samen nog een afspraak. Na een zeer prettig gesprek zijn we naar huis gereden. Ik wederom laarzen aan, dikke jas aan. En door naar de geitjes. Niks bijzonders te zien op het eerste gezicht. Of toch. Roos heeft een bloederige sliert aan haar ‘billen’ hangen. Ik kijk nog eens beter en zie dan een klein wit kontje onder haar buik vandaan steken. Gewoon al helemaal fris, schoon en droog en vooral heel wit. En ik had overal rekening mee gehouden, maar niet met Roos. Roos verwachtte in mijn beleving over een week of twee.

Na het eten van een broodje weer terug naar de stal. Roos staat inmiddels in de weken geleden ingerichte kraamkamer samen met haar zoon Abel gelukkig te mekkeren. Maar zoe kijkt me wazig aan. Eet niet mee met de rest en loopt af en toe wat ongedurig in het rond.

Ze zoekt me steeds op. Blijft bij me staan en kruipt met haar hoofd stijf tegen me aan. Ik besluit de tijd te gaan nemen en rustig op de grond te gaan zitten. Zoe staat stijf naast me, af en toe loopt ze een rondje, schraapt wat met haar pootje over de grond maar feitelijk is er niks te zien. Annalyn, mijn dochter is er inmiddels bij gekomen. Het is bijna drie uur en huub moet van school gehaald worden. Zoe laat niemand bij me in de buurt komen. Ze jaagt iedereen bij me weg. Net op het moment dat Annalyn naar school wil lopen gaat Zoe nagenoeg bij me op schoot liggen en begint als een gek te kreunen. De persweeen zijn begonnen. Annalyn kijkt en ziet dat het lammetje in aantocht is. Misschien toch maar even naar school bellen.

‘Sturen jullie Huub naar de moestuin?’ De juf beloofd dat te doen.

Inmiddels ligt Zoe half over me heen en ziet Annalyn de pootjes. Ze maakt filmpjes met mijn telefoon als een echte proffesional. Ik kan immers niks zien.

Mam, ik zie het bekje en het tongetje.

 

Zoe gaat staan en perst een paar keer flink en het witte lammetje wordt geboren. Ze heeft eigenlijk geen interesse. Ze likt even als we het pasgeboren bokje onder haar neus houden, maar dat is het dan ook. We besluiten ze apart te zetten in de tweede kraamkamer. Huub is inmiddels binnengelopen en ziet net dat er iets zwarts uit Zoe komt. De nageboorte roept hij. Maar nee het is het tweede lammetje.

Zodra het tweede lammetje begint te mekkeren begint Zoe als een gek te likken. Van de ene lam naar het andere en weer terug. Prachtig om te zien. Binnen een half uur staan de beide lammetjes alsof ze er al dagen zijn en drinken keurig bij hun moeder die er zelfs haar achterpoot voor optilt zodat haar pasgeboren kroost er wat beter bij kan. Geboren moeder.

Ze kijkt me aan. Ik knuffel haar even. Ben trots op je meid.

Op dat moment wisten we nog niet dat de andere vier ook binnen 48 uur zouden bevallen. Binnen twee dagen stond het hok overvol. Moeders licht gestrest want met regelmaat is hun kroost er vandoor, maar na een paar dagen keert de rust terug en kan het grote genieten beginnen. Wel met wallen onder de ogen, dat dan weer wel.

De baby is wakker

Onvoorstelbaar. Zo schrijf ik dat er melk uit de uiers komt en dat ik verwacht dat ze ieder moment gaat bevallen en zo ben je twee a drie weken verder en is er nog steeds geen enkel lammetje. Kortom mijn inschattingsvermogen staat ter discussie.

En geloof me na twee weken elke nacht twee keer je bed uit hangt dan aardig je keel uit. Elke keer dat we bij de stal kwamen keken de geiten ons aan met een blik. Wat doe jij hier nou?

Bovendien vroor het dat het kraakte. Min tien midden in de nacht, min acht overdag met een straffe oosten wind. Als je dan geboren wordt in een schuur zonder stroom, zonder licht, zonder verwarming, begin je toch echt met een achterstand.

We hebben dan ook alles uit de kast getrokken. Gaskachel uit Zuidbroek, warmtelampen uit Noorwegen, aggregaat uit Hoogezand, Lampjes van de Action. En ondertussen hebben we ons brein gepijnigd hoe we toch een camera geinstalleerd konden krijgen op afstand. Meerdere avonden zoeken op sites om steeds weer tot de zelfde conclusie te komen. Geen stroom, geen camera. Maar toen ineens: Is er geen babyfoon app? En jawel. Gewapend met een selfiestick en Huub zijn telefoon naar de stal. En dan hebben we zowaar beeld en geluid.

Het is bovendien zo leuk om in de stal te kijken. Bovendien is je verwachting niet altijd gelijk aan de realiteit. We hadden verwacht een gezellige kudde geiten te zien die lekker tegen elkaar aan kruipt in de hoek. Helemaal het nu zo koud is. Maar niks is minder waar. De dames liggen rondom op elk een eigen plekje in de stal. En bovendien liggen ze ook nog altijd op de zelfde plek. Dus een beetje een gevalletje: Mijn helft, jouw helft.

Bovendien slapen geiten best wel heel erg veel. Eigenlijk liggen ze een groot deel van de nacht in de stal en liggen ze wat te herkauwen, maar ook knijpen ze met regelmaat een oogje dicht.

 

Nu ik de app heb geinstalleerd bespaard het me het middennachtelijke uitje naar de moestuin. Ik kan op de beelden aardig zien of er onrust is. De wekker staat op drie uur. Ik check dan ook even de stal. Bij rust draai ik me lekker weer om.

De eerste nacht nadat ik de app had geinstalleerd wilde ik me ook tevreden weer omdraaien. Ineens kwam er een lawaai uit mijn telefoon. Een rood scherm scheen me tegemoet. ‘De Baby is wakker”  stond er op.

Helaas nu bij dag 149 is er nog steeds geen baby wakker. Tenminste niet in de stal. En ondanks het kleine fortuin wat we inmiddels gespendeerd hebben om een vorstvrije stal te creëren zijn we blij dat de vorst voorbij is en we weer lekker kunnen genieten van het frisse lente zonnetje.

 

Het ruikt naar lente

Het vriest dat het kraakt. De lucht is overdag strak blauw. We zijn druk in de weer met het hok van de geiten. De uiers van de dames wordt per dag voller en voller. Ik kon vorige week al niet geloven dat het nog voller kon, maar blijkbaar toch. Ik durf dan ook niets meer te zeggen over vandaag of morgen komen de lammetjes. We wachten gewoon af en gaan trouw om de 3 a 4 uur kijken. Ja, ook midden in de nacht. Afgelopen nacht heeft Annalyn gekeken. Het verbaasde haar over hoe mooi de lucht was om half drie in de nacht. Zo ontzettend veel sterren maar geen lammetjes. Snel terug haar bed in. Mijn beurt was om half zes. Ook toen was de lucht nog bezaaid met sterren. Eveneens geen lammetjes. Wel zes paar ogen met de brandende vraag of het al tijd is voor biks. In het kleine schuurtje scharrelen de eenden en Gijs en Guus-gans hebben lawaai voor tien. Ze schreeuwen luid naar Geertje. Het is een roep die je eigenlijk alleen in de lente hoort en als er echt gevaar dreigt.

 

Eergisteren had ik al twee eendeneieren gevonden. 1 mooi wit ei aan de ene kant van het hok en 1 mooi wit ei boven op een bultje stro aan de andere kant van het hok. Gisteren lagen er ineens twee eieren boven op het bultje en was het andere ei verdwenen. Tenminste daar leek het op. Ik heb nog even gezocht onder het stro, maar vond niets.

Vanmorgen lagen de twee eieren er nog steeds. Ik heb inmiddels iedereen thuis ondervraagd als een echte detective. Arjan had het ei niet verplaatst. Annalyn wist nog niet eens dat er eieren gelegd waren. Huub is niet thuis…dus Jeroen moet degene zijn die het ei verplaatst heeft. Zonder ook maar goed en wel gedag te zeggen heb ik hem gevraagd of hij de dader was. Maar nee dus. Tuurlijk niet mam, ik laat die eieren mooi liggen.

Ik vond het maar niks. Straks ratten of toch de roeken… Op handen en knieën ben ik het hok in gedoken vanmorgen. Met mijn handen door het stro rond de plaats waar ik het ei voor het laatst had gezien. Niets. Geen ei, geen gebroken eierschalen. Niets. Ik woel nog een beetje verder naar me toe. En vlak voor mijn knieën ontdek ik het mooiste geschenk van de dag.

 

De hokken zijn bijna af. Het deurtje van het eenden hok/ganzenhok is net af. Gisteren stonden de eenden en de ganzen op de mesthoop. Druk vergaderend en inspecterend of dat misschien de juiste plek zou zijn om hun eieren te gaan leggen. Om de natuur enigszins richting het door ons gebouwde hek te sturen hebben we snel een hekje geplaatst voor de mesthoop. Het doel van dit jaar is zonder twijfel: Het beschermen van alle eieren en kuikens van onze dieren. We hebben er zelfs speciaal zwarte kippen voor aangeschaft.

En dan ineens, terwijl ik vrij ruw met mijn handen door het stro heen maai en er bovendien nagenoeg met mijn knieën bovenop ben gaan zitten. Een prachtig groot wit ganzenei. Keurig door Geertje verstopt onder het stro. Onvindbaar. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan en tegelijkertijd ben ik super trots op Geertje.

Een eerste ei, terwijl de geiten buiten in de sneeuw staan. Bijzonder start van de lente.

 

Als je wilt leren vloeken…

De agenda zei gisteren 131 en vandaag zegt de agenda 132…en ik weet nu al dat de agenda morgen zegt 133. Voor mij is dat een duidelijke zaak van te vroeg. Maar de feiten liegen er niet om.

 

Mijn eerste geit Mieke, die ik van een lieve vriendin had gekregen op mijn verjaardag, hadden we laten dekken bij een boer in de buurt. Het dekken koste tien euro. Contant afrekenen uiteraard. Ze zou gedekt worden door een mooie zwart bonte bok. Mieke heeft een week lang bij de boer gelogeerd. En achteraf ontzettend naïef natuurlijk, want ik heb de bok nooit gezien. Ik ging er gewoon van uit dat de bok 1 van de twee zwart-witte geiten was die op het terrein rondscharrelden. Om papieren en oornummers heb ik ook niet gevraagd.

 

Heel eerlijk vond ik het wel een beetje gênant om rond te rijden met een geit om haar te laten dekken. Daar ben ik inmiddels wel overheen. Een geit is tussen de 145 en 155 dagen drachtig. En vaak bevalt een geit de eerste keer van 1 lam.

Ik was bang dat ik de geboorte zou missen en Mieke niet bij kon staan als ze me nodig had. Dus elke drie uur ben ik bij haar geweest. Niet alleen tussen de 145e en 155e dag, maar ook daarvoor al. Want stel nou dat ze eerder bevalt. Kortom weken op de kop naar de kont van een geit gekeken. Zowel overdag als s ’nachts. En op de ene dag. Ergens rond de 153 ben ik dwars door de wekker heen geslapen en werd ik om half zes met een schok wakker. Hup broek aan. Met blote voeten in de laarzen naar de stal.

 

Mieke kwam naar buiten gelopen. Keek me aan als anders. Ik zuchtte van opluchting. Maar de zucht werd gevolgd door een zacht klein gemekker. Mieke werd gevolgd door een klein wit lammetje. En net toen de eerste tranen over mijn wangen liepen kwam er nog zo’n piepklein wit lammetje achteraan. Nog helemaal nat en klef en besmeurd met van alles. Ik heb brullend de kinderen geroepen. Ze hebben het er nog over. Ze waren misschien nog wel meer onder de indruk van mij dan van de lammetjes. Maar door de vermoeidheid was hun anders bijna nooit huilende moeder omgetoverd tot een enorme jankerd. Baako en Madelief zijn die ochtend geboren. Stiekem toen ik gewoon op 1 oor lag. Gelukkig is alles goed gegaan. Trots bewonderde ik de witte lammetjes waarvan de vader uiteindelijk gewoon een witte geit bleek te zijn. Ik heb mezelf toen voorgenomen om wat beperkter te gaan kijken en mezelf niet volledig te slopen in die paar weken.

 

Maar nu lopen zes prachtige witte dames bij mij in de stal en is het dag 132. Jij en ik weten allebei dat dat gewoon nog 13 dagen te vroeg is. Maar Annalyn belt me op: ‘Mam, er komt melk uit de uiers van Zoe’. “Shit” dat is toch echt een kenmerk dat de bevalling aanstaande is. Binnen nu en een dag of tien is het er zeker. De dierenarts heeft met de echo aangegeven dat er mogelijk drie in haar buik zitten. Extreem veel voor een eerste keer, maar niet uitgesloten.

Lijkt me duidelijk wie Zoe is..

Het hele gezin is dus het hele weekend in rep en roer. Lammerhok…check. Raampje repareren…check, Extra waterbak…check, baby tas met glijmiddel, verloshulpen en handdoeken…check, warmtelamp…check….

Ochtend bezoek aan de stal, de zon is net op. Zoe kijkt vragend wat ik kom doen.

En terwijl de geiten ons overdag goed meehelpen met het verplaatsen van gereedschap, het vasthouden van latjes als je aan het zagen bent en het vooral zo verschrikkelijk mogelijk in de weg lopen, loopt deze dame s ‘nachts in het donker weer heen en weer. Gelukkig zijn het er nu maar zes en is de uiterst mogelijke bevaldatum van de geiten over nog maar twee maanden…zucht. Zou het spreekwoord als je wilt leren vloeken misschien hier op slaan?

De kat van Huub

Annalyn en ik hebben de auto omgekeerd en zijn naar huis gereden, verslagen. Jeroen is naar de Hoofdweg gerend en heeft Poekie van de weg gepakt en tegen zijn borst gedrukt en naar huis gelopen. Zijn koppie was volledig plat gereden. Verder was hij intact. Arjan was onderweg naar zijn broer en heeft ook de auto omgekeerd en is thuis gekomen. We hebben verschrikkelijk staan huilen en zijn nog enorm verdrietig.

Ik heb mijn ex tientallen keren geprobeerd te bellen. Wel contact, maar geen gehoor. En al helemaal geen contact met Huub, Maar hij wil niet dat ik Huub bel in het weekend en negeert mijn telefoontjes. Ik app: Het is dringend.

Mijn telefoon plingt: “ Als er geen mensen in levensgevaar zijn of met spoed zijn opgenomen in het ziekenhuis is het niet nodig om hem van slag te maken” en krijg ik hem dus niet aan de lijn. Ik sputter nog via de app dat het Poekie betreft. Hij weet toch immers hoe belangrijk Poekie voor Huub is. De verslagenheid wordt nog groter. Maar zijn regel is de regel en Huub hoeft het niet te weten. Ik krijg een kort berichtje terug: ” Zie boven!” Kortom Huub gaat maandag naar school, zijn klasgenootjes weten al dat zijn geliefde Poekie is omgekomen afgelopen zaterdag en hij nog niet. En van kinderen kun je niet verwachten dat ze daar rekening mee gaan houden. Mijn ex heeft echt het inlevingsvermogen van een  fout gebrande uitgespuugde pinda. En op het moment dat ik dat zeg ontstaat er een discussie over dat deze uitspraak mogelijk discriminerend is voor de pinda’s. De pinda kan er immers niks aan doen. De mening van het gezin is overduidelijk. Arme Huub. Er moeten weer allerlei kunstgrepen uitgehaald worden om te zorgen dat Huub op een kindvriendelijke wijze afscheid kan nemen van zijn kleine rode vriend. Maandag sta ik om kwart over acht bij school.

We strelen Poekie nog even over zijn zachte vacht. Dankje kereltje. Eigenlijk houden we helemaal niet zo van katten, maar jij…Jij was echt de meest geweldige Kat van Huub, Jij kon werkelijk alles. We gaan je missen.