De bokken zijn het bokje.

Ik sta bij school om mijn jongste zoon op te halen. Naast mij staat een bevriende moeder. Ze heeft een zak met brood. “Brood mee naar school” grap ik? Ze lacht. Het is voor mijn geiten.

Ik vertel haar dat het er niet meer zoveel zijn sinds vandaag.

Twee zijn naar de zorgboerderij gegaan gisteren. De andere vijf wil jij niet weten, zeg ik. Ze knikt bevestigend. Dat wil ze inderdaad niet weten.

Eerder deze ochtend,  om half zeven om precies te zijn, staan Arjan en ik naast ons bed. Ik heb gisteravond late dienst gehad en had best nog even langer willen liggen. Arjan die altijd op mij wacht, denkt er net zo over. Maar we gaan weer op missie.

 

Arjan en Jeroen hebben de twee laatste bokken gisteravond voorzien van oormerk. Ze zijn mijn helden. Dat is toch met stip het meest rottige klusje van het geitenhouden. Ik heb nadat ik gisteravond thuis kwam de benodigde papieren nog ingevuld. Vervoersbewijs, voedselketeninformatieformulier. We zijn er klaar voor. Of beter gezegd: De bokjes zijn er klaar voor.

 

Met de trailer rijden we naar de wei en Jeroen helpt mee. De drie maand oude bokjes hebben hun moeder letterlijk leeggedronken. Sinds een week staan de heren apart en de moeders halen opgelucht adem en spelen zelfs weer overdag.

 

Ik wil helpen tillen maar moet bekennen dat de bokken me bij kans gewoon te zwaar zijn. Een kilootje of 25 spartelend vlees. Geen zin om opgetild te worden. We tillen ze alle vijf de trailer in en gaan op pad richting Kroon Vlees in Groningen.

Ik ben zowaar een beetje zenuwachtig. De dierenarts is er tot acht uur. We moeten er voordien zijn. Een dikke maand geleden hebben we al afgesproken dat dit de dag zou zijn. Toen was me al wel heel duidelijk geworden dat een bok in Nederland geen toekomst heeft.

Natuurlijk is er vast wel een boertje die even achter in zijn schuurtje de kelen door wil snijden zodat het in Nederland zo ondergewaardeerde vlees misschien toch nog een paar dubbeltjes oplevert.

De letters Kroon op de gevel geven hetzelfde gevoel als de tandarts. Nu heb ik een vrij forse aanwezige angst voor de tandarts, dus wellicht herken je het buikgevoel.

 

Ik meld me bij de vriendelijke dierenarts. Ze neemt de papieren in ontvangst. Door de bekende looppaden scharrelen op hun dooie gemakje een handjevol scharrelvarkens. En achterin staan wat koeien. Geen geloei, geen gestress. Er heerst rust.

 

De dierenarts roept naar Johan en Johan komt met zijn bebloede handen en schort naar mij toe vanuit een ruimte met zojuist geslachte varkens. Ik zie ze hangen. De vloer is rood gekleurd. Johan geeft me maar geen hand, maar is uiterst vriendelijk.

 

Ze helpen mee en hij vangt letterlijk de bokjes op uit de trailer en neemt ze mee naar binnen. Wij mogen de trailer gaan ontsmetten. De regelgeving is tegenwoordig zo streng dat de kar waarmee je de dieren gebracht hebt volledig steriel weer van het terrein af moet rijden. Onze groen uitgeslagen paardentrailer is stiekem toch wit merken we. 1 verdwaald strohalmpje kan al een bekeuring betekenen van 1500 euro voor Kroon en 1500 euro voor ons. Kortom we poetsen voor wat we waard zijn. Als we klaar zijn met soppen en reinigen zijn we 30 minuten verder. Zelfs de autobanden zijn ontsmet. Johan komt weer naar ons toe. We mogen het terrein weer af.

 

Ik vraag belangstellend hoe het met de bokjes gaat. Misschien wel half een beetje naar de bekende weg. Het antwoord is opvallend rustgevend. Ze zijn er al niet meer. Morgen tussen 7 en 9 mag ik ze ophalen. Het vlees moet besterven. We hebben nog een kort gesprekje over welke onderdelen ik allemaal mee terug wil en dan gaan we weer onderweg. Met een schone lege trailer.

 

Alsof we van een crematie komen van een negentig jarige tante bespreken we onderweg in de auto nog even alle fratsen en rare dingen die de heren in de afgelopen drie maanden hebben uitgehaald en concluderen we dat het ons zeker wel bokt, maar dat het goed is zo. Het is prettig dat Kroon snapt waar het om draait. Snel, stres loos en netjes. Het lijkt me een afschuwelijke baan. Maar ik heb er zeker respect voor. Helemaal omdat een groot deel van Nederland het gewoon niet wil weten.

 

Morgen wordt een drukke dag. Met de mail, de post en het boek van Meneer Wateetons op zak ga ik aan de slag met vermoedelijk zo’n 50 kilo jong bokkenvlees.

Lees je mee?

Nieuwe Missie

De weken sjezen voorbij en tijd om te schrijven is er eigenlijk niet of nauwelijks. Soms overweeg ik om alleen in de winter blogs te gaan schrijven. Maar het leuke gebeurt toch vooral in de zomer.

Sinds drie weken melk ik mijn dames iedere ochtend. De liters melk vliegen me om de oren en ondanks dat deze melk in mijn koelkast verdwijnt als kaas, yoghurt en ijs groeien de lammeren sneller dan de kool.

En dat in Nederland de vraag naar bokken niet zo heel groot is werd me al snel duidelijk. Na twee maanden op marktplaats weet ik heel zeker dat hun toekomst als dekbok echt nihil is. Ik heb dan ook een afspraak gemaakt bij de slager. En wat gaan we dan doen met al dat vlees?

Je merkt dan valt het even een klein momentje stil. Want ik weet het even niet. Om de rest van het jaar antiliaanse cabritu te eten (stoofpot van geit) is geloof ik niet helemaal mijn ding. Al smaakt het echt lekker hoor. Maar er moet toch meer mee kunnen. Laatst op de markt zag ik een gedroogd geitenhammetje. Lijkt me wel wat om te proberen. Maar hoe houd je dat smeuig? De varkenshammen waren perfect. Maar die hebben ook een lekker vet laagje die het vocht binnen houdt.

Tijd om me goed in te verdiepen en rond te vragen aan de paar vakmannen die ons land rijk is. Eerst John. John is een gepensioneerde slager die uit passie voor het vak nu alle hobbyisten in de regio helpt met uitbenen van al hun scharrelvee. John weet super veel en heeft heel veel ervaring. Maar echt ervaring met bokken heeft hij niet en zijn antwoorden geven mij niet het vertrouwen dat ik zocht. Gisteren heb ik een vraag geplaatst op de facebookpagina van meneer Wateetons. Voor mij is hij het fenomeen van de worst. En het eerste wat ik op mijn telefoon zag toen ik vanmorgen veel te vroeg de wekker uitdrukte…Leuk! Mail me maar…. JIHAAAAA als hij het niet weet, weet ik het ook niet meer.
Gemiddels heb ik denk ik straks zo’n 10 kilo vlees per bok. Dus dat betekend zo’n 70 kilo vlees. Hier moeten we toch wat geweldigs van kunnen maken. Mooie gezonde heren die zich helemaal suf gelurkt hebben bij hun inmiddels magere moeders. Overdag ook nog eens de hele dag in de wei met voldoende diversiteit aan gras en kruiden. Daarbij nog wat biobiks.


Naast heerlijke kaas is dit toch wel een nieuwe missie voor me. Je leest het overal. Statements als: “Iedere vegetarier moet per jaar minimaal 1 bok opeten” , “De bokken zijn het bokje” enzovoort. Natuurlijk wordt er heel veel geitenkaas gegeten en hebben we van het klaar maken van geitenvlees gewoon nog helemaal geen kaas gegeten. Dus in het kader van uit het oog, uit het hart zetten we de heren op transport en wordt er ondanks de enorme stress bij de heren in Spanje prachtige tapas gemaakt. Maar dat ga ik natuurlijk niet doen. Mijn spaans is wat roestig, dus ik moet het doen met de kennis die hier in Nederland of in engelstalige landen verkrijgbaar is. Om te zorgen dat vegetariers een bok op gaan eten is geen missie maar een ilusie. Mijn missie is dus om te zorgen dat vleeseters langzaamaan bij beetje een goed stukje bokkenvlees leren waarderen.


Deze heren maken maar een korte trip van 7 kilometer en meer ook niet. Ik haal ze persoonlijk weer op. Ik beloof dan ook bij deze dat ik er alles aan zal doen dat er na de slacht net zoveel van ze genoten wordt als voor. En tjonge jonge dan heb ik nog een klus te gaan want ze hebben me toch een partij ondeugd uitgevroten. Geweldig.