Zoek de verschillen

De eerste herfstbladeren dwarrelen van de bomen. Het grut heeft herfstvakantie en gezien onze zomervakantie wat in het water was gevallen en het in teken stond van mijn onhandigheid zijn we afgereisd naar ons geliefde Umbrië. Al een paar jaar zijn wij verknocht aan het kneuterige Gubbio en krijgen we een welkomstknuffel als we ons favoriete restaurantje binnenkomen. Maar deze herfst besluiten we onze blik te verbreden. Over de heuvels om precies te zijn. We willen kijken of de in het voorjaar zo geliefde Monte sibili en de in bloei staande piano grande in de herfst ook mooi zijn. Het zal er vast een stukje minder toeristisch zijn. En als echte plattelands Groningers hebben we het ook liever rustig. 

Rood gekleurde herfst heuvels in Umbrie.

Na een fantastische route waar het links nog mooier is dan rechts. En het na de volgende bocht nogmaals mooier is dan na de vorige. Een variëteit aan bomen die hun herfstkleuren laten zien; Donkergroen, oranje, geel, helderrood. Een pallet van kleuren waar de betoverende bergdorpjes met hun witte muren fel tegen afschijnen. Het landschap en het uitzicht is zo wisselend dat het enige mijn gezin verveeld is dat ik na elke bocht de auto uit spring om een foto te maken met mijn nieuwe rode camera. 

Het dorpje Labro, Umbrie, Italië.

We rijden door een enorme vallei omringd door golvende bergen. Zou dit de Piano Grande zijn? Wel heel mooi hoor. Maar we hadden er toch een wat andere voorstelling van. Misschien is het in de zomer wel gewoon mooier. We zien veel blokkerige nieuwbouwhuizen en wat slordige leegstand. De omgeving oogt grauw alsof de glans er af is. We slaan een smal weggetje in en na een aantal kilometer zien we een prachtig restaurant waarvan de voorgevel volledig is ingezakt. Ik moppel iets van;” Niet goed gebouwd voor al die sneeuw hier in de winter.” en we vinden het maar raar dat het niet wordt gerepareerd. Het oogt verlaten. Niet veel verder, na bocht achthonderdzesentachtig ofzo, valt onze mond open. Dit is de piano grande…Dat moet, dat kan niet anders. We gaan letterlijk en figuurlijk op de rem.

Piano Grande in de herfst

Een grote zacht groene vlakte omarmd door bergen die zo glooiend dat ze knuffelbaar lijken. Ook zonder de bloemen is de piano grande. (In het Nederlands betekent het de ‘grote stilte, adembenemend mooi. 

Na duizend foto’s van de vallei, de knuffelbergen en het pittoreske dorpje op de achtergrond rijden we stil door de vlakte. We zien een kudde koeien en kuddes schapen. Wat ons opvalt dat er tussen de kuddes campers staan. Het zal wel de moderne variant zijn van een schaapsherder. Ook in de bergen gaan ze natuurlijk met hun tijd mee. 

Midden op de piano grande is een woonwagenkamp met paarden. Ik zoom in op de paarden. Ik klik en voel me trots over mijn geslaagde plaatje. Al verwonderend rijden we door. En dan ineens valt me iets op. Het pittoreske dorpje wat ik inmiddels al een keer of twintig op de foto heb gezet bestaat eigenlijk uit puin en nog maar een handjevol recht op staande huizen. Ik heb in de afgelopen jaren wel eens wat gelezen over een aardbeving. Maar was dat hier?

Kudde paarden op de Piano Grande.

In de nacht van 23 op 24 augustus van het jaar 2016 wordt deze regio door een zware aardbeving getroffen. Meerdere dorpjes zijn door de schok in een klap met de grond gelijk gemaakt. Honderden mensen vinden de dood. Wegen zijn onbegaanbaar geworden. Duizenden gezinnen zijn dakloos. Eind oktober van datzelfde jaar scheurt een van de knuffelbergen in de buurt van castelluccio door een forse naschok. Wat nog stond in dit pittoreske dorpje is niet meer te redden. Hulpverlening komt moeizaam op gang. De zittende president beloofd gouden knuffelbergen maar niemand geloofd de regering. Zoals het er nu uit ziet was dat gevoel meer dan terecht. Geld verdween in de zakken van de maffia. Wegen worden mondjesmaat hersteld. Midden in het dorpje castellucio verkopen de bewoners hun linzen en handelswaar aan de enkele toerist die net als wij niet had meegekregen dat de piano grande letterlijk een grote stilte is geworden. De inwoners hebben de moed opgegeven. Ze verwachten niet dat Castellucio nog zal worden herbouwd. In de bouwkeet die dienstdoet als winkeltje hangt een zweem van verdriet en ellende. Ik koop zoveel linzen als mijn handen kunnen houden en keer terug naar de auto. In het dorp neem ik geen foto’s. Alleen al door het daar zijn voel ik me een ramptoerist. 

Ontdaan kijk ik naar de foto van de grote kudde paarden waar ik zo trots op was en kan mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Ook daar is het ingestorte dorpje al duidelijk te zien. Maar soms zie je alleen wat je wilt zien. 

Ontdaan vervolgen wij onze weg, maar al gauw merken we dat er in dit geval niet meer zoveel wegen naar Rome leiden. De ingestorte route is afgesloten en we moeten rechtsomkeert langs de weg hoe we gekomen zijn. Tientallen kilometers om. Genoeg tijd om na te denken. Zoek de verschillen: In ons dorpje worden onze huizen ook verwoest door aardbevingen. De oorzaak is echter geen natuurgeweld maar menselijk handelen en economisch gewin. Ook bij ons gaan grote sommen geld naar instanties die uit zijn op financieel gewin en komt er geen cent bij de bewoners. Bij ons zijn er nog geen doden gevallen. In tegenstelling tot onvoorspelbaar natuurgeweld weet iedereen hier welk risico we lopen en kijkt de overheid hoofdschuddend toe. Ik voel een enorme verbondenheid met de bewoners van Castellucio. Hoe lukt het ons om de ogen van de politiek te openen? Zal ik ze uitnodigen om linzen te komen eten? Ik heb genoeg. 

Harry in de Warrie.

De melkperiode is wat kort en abrupt geweest dit jaar. Ik had vele plannen. Maar helaas gooide mijn rechterhand roet in het eten. Mijn duim wees halverwege het jaar niet meer omhoog maar naar beneden. Niks geen ‘dikke goedzo’, zoals mijn kinderen en ik vaak zeggen. 

Dus midden in het moestuin seizoen afscheid genomen van 1 van mijn handwortelbeentjes. Zoals ik ben ging ik ervan uit dat ik herstel wel even tussendoor zou doen. Net als appeltaart bakken, kaas maken en het doen van de was. Maar helaas had ik me wat vergist. Na vier weken gips ging mijn hand in een spalk. Mijn duim herstelde geweldig maar mijn pols weigerde elke functie, behalve dat hij akelig zeer deed als ik mijn hand probeerde te gebruiken. Na veel afwisselend deprimerende en opbeurende gesprekken, lieve bezoekjes van collega’s, het stoppen met melken omdat mijn kinderen en man niet aldoor alles voor me kunnen doen is het nu zover dat ik stiekem weer een beetje vooruit kan kijken. 

De hele zomer heeft de moestuin geen verzorging gehad. Onkruid torenhoog.  Desalniettemin staat er toch her en der heerlijke groente. Confrontatie mijdend als ik ben heb ik de moestuin de laatste weken weinig gezien. Volgend jaar nieuwe ronde en nieuwe kansen. Maar zonder lammetjes geen melk en zonder bok geen lammetjes. We wilden dit jaar eigenlijk een witte bok. Arjan heeft het echter al wel druk genoeg met mantelzorgen. Afstand wordt dan ook terecht in tijd om gerekend. Maar gelukkig verscheen er een bok op internet die bijna het eemskanaal had over kunnen zwemmen. Zes minuten rijden en we zijn verzekerd van lammetjes. 

Zo in oktober is het om acht uur al donker. Harry de zwartbonte bok schreeuwde moord en brand toen hij werd ingeladen in de trailer. De beloofde dames brachten daar geen verandering in en dus reden we snel de zes minuten terug naar huis. 

Harry uit de kar. Hup in de wei. En blèren dat Harry deed. Hij schreeuwde nog steeds alsof we hem beter het nummer van de kindertelefoon hadden kunnen geven. Arjan en ik deden rustig ons voerrondje. Water verversen, hooi bijvullen, brokken geven. Ik sta er wat voor spek en bonen bij. Maar dat mag de pret niet drukken. Harry rende ondertussen door zijn nieuwe weide. 

‘Hij wordt al rustiger.’ Zei Arjan opgelucht. Ik luisterde even en hoorde zijn geblaat nog steeds maar niet meer dichtbij. Oh-Oh…Harry was uitgebroken. In de verte zagen wij een paar weilanden verder op een klein wit vlekje door de wei racen. 

Daarop volgden twee zware uren voor ons en voor Harry. Harry heeft ons bewezen dat hij geen watervrees heeft en sneller is dan een opgevoerde tijger met acht poten. 

Nadat dochter kletspoten had gekregen, zoon tot zijn middel in de sloot had gestaan, Harry heiligschennis had gepleegd op begraafplaats waren we er klaar mee. Niet te vangen. Morgen weer een poging. 

Man, ik en onze drie helden gingen mee terug naar huis voor een warme douche. Om zeven uur de wekker gezet. Dit was ietwat te enthousiast. Dus met manlief met een kop koffie gewacht tot de zon op kwam en we buiten zonder lamp iets konden zien. Daar stond Harry. Smachtend voor de wei als een kind voor een snoepwinkel. Maar naar ons keek hij waakzaam alert en vooral uitgerust. We hadden geen schijn van kans. 

Nadat ik Huub naar school had gebracht ben ik doorgelopen naar de moestuin en de geiten. Het hekje van de geitenwei heb ik opengezet en binnen enkele minuten stonden al mijn meiden in mijn verwilderde moestuin. Ze waren helemaal niet te beroerd om mij te helpen met het verwijderen van onkruid en de toevallig goed gelukte spruiten waren ook erg in trek.

Niet lang daarna stond Harry op gepaste afstand te kijken. Toen Zoë, de aanvoerder van mijn geitenbende even polshoogte wilde nemen bij deze bezoeker, glipte Harry de wei in.  Snel het hek dicht. Toen stond Harry binnen en mijn tien meiden buiten de wei. Ook handig. 

Gelukkig ging Harry even de stal verkennen en kon ik snel mijn meiden roepen die nieuwsgierig als ze zijn gelijk aankwamen. Harry was opnieuw even Harrie in de warrie van al die vrouwelijke aandacht. Maar vanmiddag had Harrie al dikke sjans. De afschuwelijke bokkengeur, die vanaf honderd meter te ruiken is, had duidelijk het Axe effect op mijn meiden.  Dus de bok is er. De lammetjes komen vast en zeker halverwege maart en kan ik weer melken!