Harry in de Warrie.

De melkperiode is wat kort en abrupt geweest dit jaar. Ik had vele plannen. Maar helaas gooide mijn rechterhand roet in het eten. Mijn duim wees halverwege het jaar niet meer omhoog maar naar beneden. Niks geen ‘dikke goedzo’, zoals mijn kinderen en ik vaak zeggen. 

Dus midden in het moestuin seizoen afscheid genomen van 1 van mijn handwortelbeentjes. Zoals ik ben ging ik ervan uit dat ik herstel wel even tussendoor zou doen. Net als appeltaart bakken, kaas maken en het doen van de was. Maar helaas had ik me wat vergist. Na vier weken gips ging mijn hand in een spalk. Mijn duim herstelde geweldig maar mijn pols weigerde elke functie, behalve dat hij akelig zeer deed als ik mijn hand probeerde te gebruiken. Na veel afwisselend deprimerende en opbeurende gesprekken, lieve bezoekjes van collega’s, het stoppen met melken omdat mijn kinderen en man niet aldoor alles voor me kunnen doen is het nu zover dat ik stiekem weer een beetje vooruit kan kijken. 

De hele zomer heeft de moestuin geen verzorging gehad. Onkruid torenhoog.  Desalniettemin staat er toch her en der heerlijke groente. Confrontatie mijdend als ik ben heb ik de moestuin de laatste weken weinig gezien. Volgend jaar nieuwe ronde en nieuwe kansen. Maar zonder lammetjes geen melk en zonder bok geen lammetjes. We wilden dit jaar eigenlijk een witte bok. Arjan heeft het echter al wel druk genoeg met mantelzorgen. Afstand wordt dan ook terecht in tijd om gerekend. Maar gelukkig verscheen er een bok op internet die bijna het eemskanaal had over kunnen zwemmen. Zes minuten rijden en we zijn verzekerd van lammetjes. 

Zo in oktober is het om acht uur al donker. Harry de zwartbonte bok schreeuwde moord en brand toen hij werd ingeladen in de trailer. De beloofde dames brachten daar geen verandering in en dus reden we snel de zes minuten terug naar huis. 

Harry uit de kar. Hup in de wei. En blèren dat Harry deed. Hij schreeuwde nog steeds alsof we hem beter het nummer van de kindertelefoon hadden kunnen geven. Arjan en ik deden rustig ons voerrondje. Water verversen, hooi bijvullen, brokken geven. Ik sta er wat voor spek en bonen bij. Maar dat mag de pret niet drukken. Harry rende ondertussen door zijn nieuwe weide. 

‘Hij wordt al rustiger.’ Zei Arjan opgelucht. Ik luisterde even en hoorde zijn geblaat nog steeds maar niet meer dichtbij. Oh-Oh…Harry was uitgebroken. In de verte zagen wij een paar weilanden verder op een klein wit vlekje door de wei racen. 

Daarop volgden twee zware uren voor ons en voor Harry. Harry heeft ons bewezen dat hij geen watervrees heeft en sneller is dan een opgevoerde tijger met acht poten. 

Nadat dochter kletspoten had gekregen, zoon tot zijn middel in de sloot had gestaan, Harry heiligschennis had gepleegd op begraafplaats waren we er klaar mee. Niet te vangen. Morgen weer een poging. 

Man, ik en onze drie helden gingen mee terug naar huis voor een warme douche. Om zeven uur de wekker gezet. Dit was ietwat te enthousiast. Dus met manlief met een kop koffie gewacht tot de zon op kwam en we buiten zonder lamp iets konden zien. Daar stond Harry. Smachtend voor de wei als een kind voor een snoepwinkel. Maar naar ons keek hij waakzaam alert en vooral uitgerust. We hadden geen schijn van kans. 

Nadat ik Huub naar school had gebracht ben ik doorgelopen naar de moestuin en de geiten. Het hekje van de geitenwei heb ik opengezet en binnen enkele minuten stonden al mijn meiden in mijn verwilderde moestuin. Ze waren helemaal niet te beroerd om mij te helpen met het verwijderen van onkruid en de toevallig goed gelukte spruiten waren ook erg in trek.

Niet lang daarna stond Harry op gepaste afstand te kijken. Toen Zoë, de aanvoerder van mijn geitenbende even polshoogte wilde nemen bij deze bezoeker, glipte Harry de wei in.  Snel het hek dicht. Toen stond Harry binnen en mijn tien meiden buiten de wei. Ook handig. 

Gelukkig ging Harry even de stal verkennen en kon ik snel mijn meiden roepen die nieuwsgierig als ze zijn gelijk aankwamen. Harry was opnieuw even Harrie in de warrie van al die vrouwelijke aandacht. Maar vanmiddag had Harrie al dikke sjans. De afschuwelijke bokkengeur, die vanaf honderd meter te ruiken is, had duidelijk het Axe effect op mijn meiden.  Dus de bok is er. De lammetjes komen vast en zeker halverwege maart en kan ik weer melken! 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *